Sciencefiction als ontwerpmiddel

scifi2

Hoe ziet onze leefomgeving eruit in 2060? Deze vraag staat centraal bij het project ‘Regio van de Toekomst’. Acht teams van ontwerpers en onderzoekers buigen zich over verschillende regio’s om een bijdrage te leveren aan de Nationale Omgevingsvisie. Ik mag als schrijver meedenken over de toekomst van de regio Arnhem-Nijmegen-FoodValley.

Concreet toekomstbeeld
Ruimtelijke toekomstvisies hebben vaak een abstract karakter. Het zijn kaarten op een hoog schaalniveau met vlekken en pijlen, die aangeven waar de verschillende ruimteclaims kunnen worden ingepast. Als schrijver wil ik mij verdiepen in de sciencefiction van de ruimtelijke toekomst. Hoe ziet het dagelijks leven er in deze regio over ruim 40 jaar uit? Hoe wonen we? Hoe ziet een werkdag eruit? Wat valt er te beleven in de natuur en bij het water?

Jaren ‘70
Er kan veel veranderen in 40 jaar tijd. In de jaren ’70 had niemand nog een computer in huis. Als je iets wilde regelen moest je naar een winkel of een kantoor. Mobiele telefoons bestonden nog niet. Als je de weg kwijt was, moest je die vragen. Binnensteden waren vervallen en onpopulair. De gemeente Amsterdam vroeg zich serieus af of ze de Pijp en de Jordaan niet beter konden slopen. Alle bloemkoolwijken en Vinexwijken moesten nog gebouwd worden.

Utopie
Wat verandert er allemaal in de komende decennia? Helaas hebben we geen glazen bol. Het mooie van dit project is dat we onze eigen utopie mogen schetsen. We gaan er dus vanuit dat Nederland welvarend blijft en dat er geen dictator aan de macht komt. We gaan er vanuit dat we een duurzame weg kiezen, waarin ecologie en techniek elkaar versterken. We gaan er vooral vanuit dat de kwaliteit van onze leefomgeving het aller belangrijkste is. Laten we er eens iets moois van maken.

Voorjaar in de Sint Jansbeek

Eendjes Sint Jansbeek Arnhem

Een tijdje geleden schreef ik een projecttekst voor Poelmans Reesink over de Sint Jansbeek in Arnhem. Sindsdien voelt het ook een beetje als ‘mijn’ beek. Ik woon er om de hoek en loop er regelmatig langs. Het is mooi om te zien hoe vanzelfsprekend de mensen de vernieuwde openbare ruimte gebruiken en hoe het groen en het water steeds meer tot leven komen. Mijn enthousiasme was dan ook groot toen ik deze week een hele eendenfamilie in de beek ontdekte: vader, moeder en maar liefst acht pulletjes. Het prille geluk wekt een grote betrokkenheid op bij voorbijgangers en buren. Een oudere heer telt elke ochtend of het setje nog compleet is en een passant hekelt de vrachtwagens die onvoorzichtig langs de kant voorbij scheuren. Iemand heeft van hout een loopplank gebouwd, zodat de kleintjes makkelijk uit het water kunnen klimmen. Het hele schouwspel laat zien dat natuur in de stad allerlei positieve effecten heeft, niet alleen ecologisch, maar ook sociaal.

Eendjes Sint Jansbeek ArnhemEendjes Sint Jansbeek ArnhemEendjes Sint Jansbeek Arnhem

Blauwe Kamer

IMG_20180330_153812

Toen ik nog studeerde, fantaseerde ik er wel eens over om voor de Blauwe Kamer te schrijven. Via allerlei omwegen heb ik die ambitie nu waargemaakt: Voor het maartnummer van de Blauwe Kamer beschreef ik projecten van Urbanos, Flux landscape architecture, Diederendirrix en Santenco. Het is een leuke uitdaging om in maximaal 250 woorden de essentie van een plan te vangen: Een oefening in bondigheid.

IMG_20180330_160554

Vakjargon versus lekentaal

IFLA Exhibition NVTL project template

Vorige week schreef ik in opdracht van Communicatiebureau de Lynx een nieuwsitem voor Park Lingezegen. Het park is geselecteerd voor een internationale tentoonstelling over landschapsarchitectuur en dat wilden ze graag op hun website vermelden. Ik ben natuurlijk gewend om over landschapsarchitectuur te schrijven, maar publiekscommunicatie is wel even andere koek. Als je begint over ‘interventies om barrières te overwinnen en samenhang in het landschap te herstellen’ haken de lezers af. Tegelijkertijd moet je je publiek ook weer niet onderschatten. Als je het goed uitlegt, kun je best wat vakjargon gebruiken. De uitdaging was dus om een inhoudelijk stukje te schrijven, op zo’n manier dat iedereen het kan volgen. Oordeel zelf maar of het me gelukt is: “Park Lingezegen in tentoonstelling”